Waar vandaan: Weetjes >
De computer, uw vriend
Is uw pc trager na de defragmentatie, dan voor de defragmentatie?Het kan voorkomen dat na Defragmentatie de PC nog langzamer draait dan voor Defragmentatie. Reden hiervoor is dat Windows tijdens Defragmentatie via z'n eigen optimalisatiemodule de door U meest gebruikte bestanden op de snelst toegankelijke plaats op de harddisk zet. Hiervoor wordt door Windows de map C:WindowsApplog bijgehouden. In deze map staan de namen van de door U meest gebruikte programma's. Indien de informatie in deze map niet correct is of verouderd, gaat Defragmentatie natuurlijk niet optimaal functioneren. Gooi dus gewoon de inhoud van deze map weg en Defragmenteer opnieuw. Uw PC is nu wel weer snel na Defragmentatie, en Windows zal nu de komende tijd weer bijhouden welke programma's U het meest gebruikt gebruikt en de Applog map weer langzaam gaan opbouwen.
Vorige 7:
1) Classic opstart tijd (Mac OS X 10.1)Bij Mac OS 10.1 zit ook een CD om Mac OS 9 te updaten naar versie 9.2.1. Mocht je dit nog niet gedaan hebben, dan is het voor de classic environment een goed idee. Classic met 9.2.1 start ongeveer 2x zo snel op.
2) Onderhoud van uw computer
Voor het onderhoud van Uw PC is het noodzakelijk om regelmatig "Defragmentatie" uit te voeren, zodat de harddisk optimaal blijft functioneren. U ziet tijdens het defragmentatie proces hoeveel % er van de harddisk al "opgeruimd" is. Het programma wil na ongeveer 30 seconden wel eens de melding geven "schijfinhoud gewijzigd" en start dan weer helemaal opnieuw bij 0 %. Na weer een aantal seconden gebeurt dit weer opnieuw. Defragmentatie duurt op deze manier wel erg lang. Reden hiervoor is dat er tijdens het defragmentatie proces, op de achtergrond Windows programma's aktief zijn die zo nu en dan naar de harddisk schrijven en daardoor het defragmentatie proces verstoren. Om dit te voorkomen drukt men op "CTRL-ALT-DEL" en sluit alle programma's af behalve "SYSTRAY" en "EXPLORER". Start nu defragmentatie
3) Nieuwe toetsencombinaties (Mac OS X 10.1)
In 10.1 zitten een aantal nieuwe toetsencombinaties die gebruikt kunnen worden om snel bepaalde functies op te roepen:
* Appel-Shift-3 & 4.
In 10.0.4 moest je het Grab programma gebruiken om een afbeelding van het scherm te maken. In 10.1 kan je dit ook weer met appel-shift-3 en appel-shift-4 dien, zoals in OS 9. 3 om het hele scherm te nemen, 4 om een stukje te slepen. Plaatjes verschijnen op het bureaublad, en niet los op de HD, zoals in OS 9 het geval was.
* X tijdens opstarten.
Door de X toets ingedrukt te houden tijdens het opstarten zoekt de Mac een OS X opstartschijf, en probeert daar van op te starten, ongeacht de instellingen in het Prefs panel opstartschijf.
* F12.
Op alle systemen met 10.1 werkt de F12 toets als eject key voor de CD speler. De eject key kan ook de cd-tray weer dicht doen. Als het toetsenbord een speciale eject toets heeft werkt dit natuurlijk ook nog.
* F14 en 15.
Op laptops zitten toetsen om de helderheid en het volume in te stellen, die werken prima onder 10.1. Op de nieuwe uitgebreide toetsenborden zitten ook dezelfde volume knoppen. Maar als je op een desktop Mac F14 en F15 toetst, dan verander je de contrast instellingen. Dit laatste schijnt alleen te werken bij Apple beeldschermen, en natuurlijk niet bij LCD schermen (die hebben alleen helderheids-instelling)
* Appel-d in dialoogvensters
In dialoogvensters kan je nu weer appel-d in toetsen om de 'Dont' Save' optie te kiezen. In 10.0.4 was dit niet mogelijk.
* Force Quit
In 10.1 kan je -net als eerder- met Appel-Alt-Esc het Force Quit dialoogvenster oproepen. Wat hier nieuw is, is dat het actieve programma automatisch geselecteerd staat, en dat je de selectie met Enter kunt bevestigen. Nogmaals Enter bevestigd dan de waarschuwing die volgt, en zo sluit je het actieve programma. Dit is handig als het programma om een of andere reden geen beeld geeft. Je kan dan blind typen: Apple-Alt-Esc, Enter, Enter, en je komt weer in de Finder uit.
* H en Q in het Dock
Je kan een programma verbergen of afsluiten door respectievelijk de H of Q in te drukken terwijl je met appel-tab door het dock gaat.
4) Automatisch opstarten van de cd-rom
Bij het plaatsen van een CD-rom met een "autorun" bestand in de CD-rom speler zal deze altijd direct opstarten. Dit is zeer vervelend als men alleen even een bestand wil opzoeken met de verkenner. Indien U dit niet wilt, hou na het sluiten van de lade gedurende enkele seconden de SHIFT toets ingedrukt. De CD zal nu niet automatisch opstarten!
5) Full keyboard access (Mac OS X 10.1)
In de System Prefs kan je bij het paneel voor het toetsenbord 'full keyboard access' aan zetten. Dit maakt het mogelijk om alle GUI-elementen met het toetsenbord te besturen. Dus menu's, knoppen, popup vensters, het dock.
6) De afbeelding van een snelkoppeling wijzigen
Vaak zien de icoontjes ( pictogrammen ) van snelkoppelingen er niet uit. Vooral bij snelkoppelingen naar MS-DOS programma's is dit steeds zo'n lelijk blauw venstertje. Hoe moet U deze nu veranderen? Klik met de rechtermuis toets op de snelkoppeling en ga naar "eigenschappen". Klik hier op de knop "ander pictogram". Selecteer nu "bladeren". Er verschijnt nu een venster. Selecteer bij "bestandstypen" het type "libraries" en navigeer nu boven in het venster naar het bestand "moricons.dll" in de map "Windows". In dit bestand staan een aantal afbeeldingen van pictogrammen. Ook bevinden zich weer andere icoontjes in de bestanden "pifmgr.dll", "shell32.dll" en "cool.dll" in de map Windows/system/. Selecteer nu het gewenste pictogram en druk tweemaal op "OK". Het pictogram op Uw bureau blad is nu gewijzigd.
7) Dubbele pijlen aan de scrollbar (Mac OS X 10.1)
Apple heeft de controle over welk soort pijltjes je op de scrollbar van een venster zit weer onderverdeelt in aan beide kanten één pijl of samen aan één kant. Om twee pijlen aan beide kanten te krijgen kan je de optie via de Terminal ingeven. Typ:
defaults write "Apple Global Domain" AppleScrollBarVariant DoubleBoth
en herstart de Finder of log opnieuw in. Vind ik persoonlijk wel handig.